|
Een paar jaar geleden kreeg ik het familiewapen van de familie Duyzings opgestuurd. Deze ziet er als volgt uit:  familiewapen Duyzings De bron is: NEDERLANDSCHE FAMILIEWAPENS, DEEL IV met nadere genealogische aanteekeningen, stamreeksen, fragment-genealogieen, enz., gedocumenteerd, bewerkt en verzameld door Dr. H. KITS NIEUWENKAMP, F.W.U. Doorn, "De Nyencamp", Lentemaand 1939. N.V. UITG.-MAATSCHAPPIJ "EIGEN VOLK", HAARLEM
De tekst in dit boek, dit boek heb ik helaas zelf niet, was: DUYZINGS, (Zuid-Limburg, Vilt, Houtem, Berg, Terblijt, Breda, Utrecht, enz.). Wapen: In rood een weerhaak van zwart, dwarsbalksgewijs, beladen met een Fransche lelie van zilver en vergezeld van drie rechtstandige kruisjes van goud, geplaatst (2-1). Helmteeken: drie roggearen van goud. Dekkleeden: zilver en rood. Dit wapen is samengesteld uit verschillende motieven in verband met de geschiedenis van dit oude Limburgsche landbouwersgeslacht. Ontleden we het geheel, dan doen zich als hoofdfiguren in dit wapen voor de weerhaak belegd door de Fransche lelie. De weerhaak of wolfshaak is ontleend aan het merkteeken van "Andries Duijsinghs Inwoonder tot Vildt" voorkomende op een schuldbekentenis van "dertigh rijxd." ten jare 1716, Aug. 10, Gichtreg (x); dl. 1701-1720, fol. 137 en eveneens aan het merkteeken van Cathrijn Duysinx wed. Peter Smeets te Berg, volgens een schepenacte van 15 Aug. 1732; Berg, gichten dl. 1730-1769, Rijksarch. Maastricht. Voor de verklaring van dit teeken kan verwezen worden naar Dl. II van Nederlandsche Familiewapens (N.F.W.), pag. 98 e.v.. De wolfshaak wordt in het wapen Duyzings belegd door de zilveren lelie, een algemeen bekend Maria-symbool, waarover men tevens o.m. het e.e.a. kan aantreffen in het derde deel van deze serie-uitgave N.F.W., o.a. in de bijdrage Harkema en in mijn artikel in het Nieuwsblad van Friesland: "Oorsprong en beteekenis van de wapenfiguren van de stad Dokkum" van 22, 29 Oct. en Nov. 1937. Over de beteekenis, oorsprong en herkomst van de zoo veelvuldig verbreide figuur van de (Fransche) lelie is reeds veel geschreven, zoo veel, dat een lijvige verhandeling over dit onderwerp te schrijven ware. Het is mijn persoonlijke meening, dat secundair de lelie ongetwijfeld een Maria-symbool is, immers vinden we o.a. beelden voor de Maria-symboolisering in het Hooglied, de apocrieve evangeliën en in de Lauretaansche Litanie, (ontstaan omstreeks 1500) het volgende beeld: Lilium inter spinae = Lelie onder de doornen. Dientengevolge wordt Maria ook wel met een lelie, of omgeven door leliën afgebeeld. Primair is de lelie echter terug te voeren tot de voor-Christelijke periode, waarin men dan als grondvorm terugvindt de voor-Christelijke levensboom. De "lelie" is dan ook een gekerstend symbool toegevoegd aan de Heilige Vrouw, de Moeder-Gods, die het leven gaf, de levensbron of levensboom van Het Leven, het goddelijke Leven in Christus. De andere beteekenissen, welke men in deze figuur van de lelie legt, zijn er vroeger of later aan toegevoegd en gaf ik hier slechts de oorspronkelijke en oudste beteekenis weer van heidensch teeken geworden (gekerstend) tot Christelijk Maria-symbool, bron (boom) van alle (waar) leven in de algemeen Christelijke gedachte. Zij werd het teeken van den vrede en van reine, edele gezindheid. De rechtstandige kruisjes van goud zijn ontleend aan de notarieele archieven van Maastricht en wel aan het protocol van notaris Christianus Veestraten, not. publ. 1687-1696, opgelegd ten Rijksarchieve te Maastricht, acte van 4 Juli 1695, waarbij Paulus Dusens, mede voorkomende in dezelfde acte als Duysegs, teekent met een dusdanig kruisje. Dat in het wapen drie kruisjes worden aangetroffen, duidt op de Triniteit. De lelie in het wapen Duyzings werd daarin opgenomen naar aanleiding van het gevelteeken, voorkomende aan een huis van de familie te Vilt, ter plaatse gecombineerd met nog andere symbolen, o.a. de gestyleerde levensboom en de cirkel. Het helmteeken, de drie korenaren, duidt op den landbouwenden stand, aangezien bewijsbaar kan worden aangetoond, dat dit geslacht in Zuid-Limburg reeds in de tweede helft van de 16e eeuw het landbouwbedrijf uitoefende, welke traditie door de familie werd voortgezet tot op den huidigen dag. Aldus heeft ook dit familiewapen in zijn verschillende onderdeelen zin en beteekenis en werd ook hier een en ander in het wapen tot uitdrukking gebracht en voor het nageslacht ter herinnering bewaard. (x) "Gicht", zie gifte = opdracht of overdracht van een vast goed in den voorgeschreven vorm (Verdam). Het wapen van het geslacht Duyzings werd opgenomen en geregistreerd in het "Armorial" van de Ridderorde < Militaire et Hospitalier de Saint Lazare de Jerusalem>.
Graag zou ik hier meer informatie over krijgen. Ook eventueel over het zogenaamde Armorial van de Ridderorde < Militaire et Hospitalier de Saint Lazare de Jerusalem>.
|